All-time top platen

Hieronder vind je mijn all-time favorieten platen. Dat begon ooit met een toplijst van 10 platen, maar omdat er zo ontzettend veel mooie muziek gemaakt is en wordt is het een lijst van 20 platen geworden. Hoewel ik als groot liefhebber van lijstjes ben is de volgorde erg afhankelijk van het moment. Een toplijst zoals deze is daarom bijna onbegonnen werk. Om die reden staan ze niet gerangschikt op ‘beste’ maar op ‘leeftijd’. De jongste plaat als eerst en de oudste plaat als laatst.

Er gelden voor deze lijst twee regels.
1) De plaat moet minimaal twee jaar oud zijn. Dit om nieuwe platen eerst even te laten rijpen (platen van 2019 verschijnen pas in 2021 in de lijst).
2) Er mag per artiest/band maar één album in de lijst. Dit is om de diversiteit van de lijst een beetje te waarborgen en om het niet al te makkelijk te maken door drie keer Led Zeppelin in de lijst te gooien.

2017. Pain of Salvation – In the Passing Light of Day

Het zal je maar gebeuren, 4 maanden lang op het randje van de dood leven vanwege een vleesetende bacterie. Het gebeurde Daniel Gildenlöw in 2014. 4 maanden lang heeft hij bijna dagelijks op de operatietafel gelegen. En die ervaring is het uitgangspunt voor dit album geworden. Het album gaat als een dagboek door zijn ervaringen heen, die vooral uit diepe dalen bestaat.

In The Passing Light of Day is een bijzonder emotioneel album. En een die erg diep gaat op wat het betekend mens te zijn. Hoever je gaat voor het verlossen van de pijn. En bovenal dat je prioriteiten in het leven velen malen duidelijker worden. De liefde voor zijn vrouw en kinderen zijn dan ook meermaals ter herleiden.

Het geheel verpakt hij prachtig in een sterk stukje progressieve rock met flink wat metal invloeden, creativiteit en durf. Dingen die niet nieuw zijn voor de band. Maar die hier wel weer nieuw leven ingeblazen worden. Het levert een meeslepend geheel op, zowel tekstueel als muzikaal.

2016. Haken – Infinity

Album nummer vier van de heren. En een duidelijke doorzetting van The Mountain. Meer ruimte voor plezier en een nog helderder geluid. Dit keer is er een duidelijke focus op de jaren 80, iets wat het derde nummer prachtig weet over te brengen. De keus voor een meer elektronisch geluid zorgt ook voor een moderner geluid. Het levert een album op wat een stuk tijdlozer klinkt dat de voorgangers en het geeft ruimte voor enkele prachtige momenten.

Met een nummer als 1985 speelt de band verder door op het duidelijk hoorbare plezier. De wisselingen in het nummer gaan van het type ‘in Hawaii shirt met foute snor in een cabrio de zonsondergang tegemoet rijden’ naar ‘gevel afbrekende pneumatische sloophamers’. En dat in een tempo waarbij je net een keer kan knipperen om te realiseren wat er gebeurt. The Architect Gaat terug naar de onvergefelijke stijl van de eerste albums. Een hoog tempo en een overvol album, er is zelf weer ruimte voor wat grunts (met dank aan Einar Solberg). Met Affinity bewijst de band opnieuw een aanwinst in het genre te zijn. Tevens laten ze zien niet vies te zijn van flink wat lol trappen en experimenteren en vernieuwen. Hoewel de sound duidelijk herkenbaar is als Haken blijft de band zichzelf uitdagen om elk nieuw album geen kopie te laten zijn van de vorige. Iets dat veel grootheden binnen het genre niet kunnen zeggen.

2016. Nick Cave & The Bad Seeds – Skeleton Tree

Het is een bekend gezegde, maar de mooiste muziek wordt gemaakt door de meest tragische gebeurtenissen. Nick Cave bewijst dat met Skeleton Tree ook. Het tragische verlies van zijn zoon was een aanleiding voor de stijl en sfeer op Skeleton Tree. Een album die zijn verwerkingsproces hoorbaar maken. Het maakt de plaat wat ongemakkelijk om te horen, maar tegelijkertijd erg herkenbaar. 

The Bad Seeds weten een geweldige sfeer neer te zetten die door merg en been gaat. Nog niet eerder was de pijn, het verdriet en het verlies zo hard voelbaar door muziek. Ze bewijzen hier dat minder inderdaad meer is. De ruimte die overblijft zorgt ervoor dat de zang extra aandacht krijgt. Dat is met de krachtige en emotionele zang van Nick zeker geen straf. De alledaagse dingen die doorgaan na zo’n tragische gebeurtenis weet hij prachtig te vangen. Die combinatie maakt het een van zijn beste platen, zo niet zijn beste plaat. 

Skeleton Tree is een prachtige plaat geworden. Een plaat die je niet snel opzet, maar wel een plaat die bij elke luisterbeurt weer een grote indruk achter laat. Uiteraard kan de opvolger niet onbenoemd blijven, Ghosteen is een prachtig vervolg in het verwerkingsproces en zeker de moeite waard. 

2016. Radiohead – A Moon Shaped Pool

2014. Gazpacho – Demon

Met Night maakte ze een van de meest briljante conceptalbums in de progressive rock. Dat album is bij elke luisterbeurt nog steeds een heerlijke beleving. Het is een album wat de lat voor elk conceptalbum ontzettend hoog heeft gelegd. Het is een bijzonder sfeervol, emotioneel, pakkend, spannend en vernieuwend album. Maar bovenal is het een album dat je de gehele duur mee neemt op een prachtige reis. Dat die lat hoog lag blijkt ook wel gezien de vier albums die ze daarna hebben uitgebracht allemaal net niet op datzelfde niveau komen. Al komt Tick Tock verrekte dichtbij. 

Maar toen brachten ze Demon uit. Een album wat opnieuw volstaat met sfeer, emotie, spanning en vernieuwing. Ook hier word je weer meegenomen op een reis, hoewel die deze keer een stuk minder prettig is. Het concept achter het album is fascinerend. We volgen namelijk een manuscript van iemand die ‘bewijs’ heeft voor het bestaan van een slechte aanwezigheid op aarde. Het bewijs heeft hij vergaard dankzij een zoektocht door de eeuwen heen naar ‘iets’ wat deze wereld in controle heeft. Met dat uitgangspunt zijn ze aan de slag gegaan en het resultaat is een absoluut meesterwerk. 

De spanning wordt prachtig opgebouwd in het tweedelige I’ve Been Walking. Wat wordt gesplitst door het wat luchtigere The Wizard of Altai Mountains. Het geheel eindigt echter in het 18 minuten durende Death Room. 18 minuten die niet alleen tekstueel maar ook muzikaal de climax vormen. Het fragmentarische karakter draagt enorm bij aan de al eerder opgebouwde sfeer. Hier horen we eindelijk het resultaat van de zoektocht, het grote kwaad die zich eindelijk kenbaar maakt. Er wordt een klein sprankje hoop gegeven alvorens er een eeuwige duisternis neerdaalt. Langzaam dringt het zachte geruis van de speakers weer tot je door… 

Ze hebben geprobeerd hetzelfde nog eens te herhalen door met Molok nog een stapje verder te gaan. Maar net zoals Tick Tock niet voorbij Night weet te streven lukt het Molok ook niet om dit meesterwerk voorbij te gaan. Of het ze ooit gaat lukken? Wie weet, na Night dacht ik ook dat het onmogelijk was.

2013. Leprous – Coal

2011. Bass Communion – Cenotaph

2011. Airbag – All Rights Removed

2009. Riverside – Anno Domini High Definition

Na drie geweldige prog-rock albums vonden de heren het tijd voor iets anders. Anno Domini High Definition (ADHD) luide het tweede tijdperk voor de band in. Een wat meer eigen stijl, wat meer durf een wat moderner geluid en een flink stuk harder. ADHD is de eerste en tot nu toe enige prog-metal plaat van de band. 

Op ADHD stappen ze weg van de klassiekere sfeervolle prog sfeer, meer ruimte voor knallende drums en metal riffs. Door alles de ruimte te geven en alles helder, zuiver en zonder opvulling over te brengen is het album een stuk tijdlozer. Waar de eerste drie albums vooral gekenmerkt worden door de sound van die tijd, is ADHD duidelijk een plaat van nu (zelfs al is die van 2009).  

Met 5 nummers waarvan maar 1 korter dan 7 minuten is wordt er nog rustig de tijd genomen om alles over te brengen. Zo wordt het stevige metal werk afgewisseld met aangrijpende zang en piano intermezzo’s. Daarnaast worden de nummers prachtig opgebouwd en maken ze gretig gebruik van de tijd die ze hebben. Door meerdere tempowisselingen en stijlwisselingen binnen de nummers te gebruiken. 

De twee platen die volgde behielden de moderne en heldere sound, maar vielen qua stijl weer terug op de vroegere prog van de jaren 70. (Iets waar veel prog-artiesten last van hebben). Helaas verloren ze daarmee ook de hardheid in de muziek. Pas bij hun 7de plaat die een derde tijdperk inluidt zijn er weer duidelijke metal invloeden te horen. Maar nergens waren ze zo verfijnd en pakkend als hier. 

2009. Karnivool – Sound Awake

Met hun eerste album Themeta wisten ze vooral in de metal scene hoge ogen te gooien. Door het stevige geluid en de vele invloeden, van onder andere ToolDeftones en Meshuggah, kregen ze veel aandacht. Voor de opvolger Sound Awake besloten ze om de scherpe randjes iets minder scherp te maken en om het progressieve nog iets verder door te voeren. Het resulteert in de perfecte mix van Metal en progressive rock wat dankzij de pop gevoelige zang nog verrekte makkelijk te luisteren is ook. 

Het is een album geworden waarbij je zowel heerlijk los kan gaan maar tegelijkertijd ook rustig kan blijven zitten om alles in je op te nemen. De regelmatige stijlwisselingen gemixt met een creatieve insteek zorgt ervoor dat het album zelfs jaren later nog constant weet te verbazen. Een voorbeeld van de grote klasse van de band. 

Karnivool heeft helaas naast de muzikale overeenkomst nog een andere overeenkomst met Tool. Het duurt ontzettend lang voordat een nieuw album uitgebracht wordt. Het derde en laatste album Asymmetry stamt alweer van 2013 (ook die staat als een huis trouwens). Het is na drie albums dus wachten op nieuw werk. Het zou jammer zijn mocht er niets meer komen aangezien de kwaliteit, creativiteit en klasse die de band toont niet veel meer voorkomt. 

2007. The Pineapple Thief – What We Have Sown

2005. Porcupine Tree – Deadwing

Porcupine Tree is een bijzondere binnen de Prog, of eigenlijk moet ik zeggen Steven Wilson is een bijzondere binnen de prog. De band begon namelijk als een solo experiment en groeide steeds meer uit. Ondertussen heeft hij de band vaarwelgezegd om solo verder te groeien, met succes dan wel te verstaan. Maar Porcupine is daardoor te kenmerken in verschillende stijlen. En de laatste paar platen worden voornamelijk gezien als de metal periode van de band. Een periode die mij erg goed bevalt. 

Deadwing is in die periode samen met de opvolger Fear of a Blank Planet de absolute top. Niet voor niets dat er daarna nog maar 1 album uit is gekomen. Stoppen op het hoogtepunt moet Steven gedacht hebben. Maar Deadwing bundelt alles qua stijlen geweldig bij elkaar en combineerd de kwaliteiten van elk bandlid. Lang uitgerekte prog meesterwerken die nog te kort zijn (zoals het briljante Arriving Somewhere But Not Here) worden afgewisseld met korte nummers die zowel emotionele kant op gaan (Lazerus) als de metalkant (Open Car). En door het (toen nog helemaal) perfectionistische karakter van Steven klopt alles ook echt perfect. 

Hoewel het als de metal periode van de band gezien wordt valt het met de feitelijke metal nog best mee. Nergens wordt het schreeuwerig, agressief of bikkelhard. Het is veel meer de stijl en het gitaarwerk waar de metal invloeden hoorbaar zijn. Gelukkig blijft Steven in hart en nieren iemand die wil vernieuwen in zijn muziek. En dat doet hij hier dan ook perfect door de invloeden te gebruiken maar nergens zichzelf vast te leggen aan een genre. 

De voorganger In Absentia heeft een groot ‘nummer’ gehalte en voelt lang niet altijd als een vloeiend album. De opvolger Fear of a Blank Planet gaat echter in de tegenovergestelde richting en is daarmee echt een conceptalbum. Deadwing zit daar precies tussen. De nummers zijn prima los te luisteren en vormen op het album toch echt een geheel. Het maakt van Deadwing het beste wat de band heeft voortgebracht.

2002. Dream Theater – Six Degrees of Inner Turbulence

Progressive rock staat bijna synoniem met Dream Theater, niet zozeer omdat ze nou de pioniers zijn maar vooral omdat ze zichzelf het genre zo eigen gemaakt hebben dat Dream Theater ondertussen een eigen genre is. Dat heeft als nadeel dat ze na verloop van tijd steeds voorspelbaarder worden, iets wat met de latere albums duidelijk hoorbaar is. Gelukkig is daar bij Six Degrees of Inner Turbulence nog niets van te merken. 

Six Degrees is een album met twee gezichten. Eerst heb je het geweldige progressieve knalwerk zoals alleen Dream Theater dat kan. Verschillende thema’s zoals alcohol verslaving, stamcel onderzoek en het verliezen van geloof staan als basis voor de 5 nummers. Dat wordt begeleid met heerlijk uitgewerkte ritme wisselingen, complexiteit en prachtige solo’s. De band wisselt perfect tussen stevige metal en symfonische rock. De tijd dat de band echt op top van hun kunnen presteerde. 

Het andere gezicht is de tweede cd bestaande uit één nummer (dan wel opgedeeld in 8 delen) wat als een muzikaal theatershow opgevoerd wordt. Een verbeterde en kortere versie van hun vorige album en een voorganger voor wat ze later nog eens zouden proberen. Maar in tegenstelling tot de andere pogingen klopt hier alles tot in detail.  

Six Degrees of Inner Turbulence is toch wel het magnum opus van de band. De albums hiervoor waren ze nog zoekende en de albums hierna beginnen steeds meer in herhaling te vallen. Hier is het de juiste mix van pure klasse, rauwheid en gedurfde experimenten.  

2002. Steven Wilson – Grace for Drowning

Zijn eerste solo plaat was nog een veredeld Porcupine Tree album. Maar met Grace for Drowning weet hij een duidelijk eigen sound neer te zetten. De plaat stapt weg van de prog-metal stijl en grijpt meer terug in de tijd naar een jaren 70 stijl. Iets dat verrekte goed uitpakt. Dankzij de perfectionistische houding van Steven zijn de vele wisselingen in ritme, stijl en toon puur genieten. Waar de uitmuntende productie ook nog eens bij helpt. Tel daar een prachtige presentatie bij op van zowel de normale versie maar al helemaal van de limited deluxe. Het maakt de muziek een echte belevenis.

Verdeeld over twee cd’s is er een veelvoud van prachtige momenten te vinden. Met invloeden vanuit veel verschillende stijlen en een grote vernieuwingsdrang levert het een heerlijke 1,5 uur aan muziek op. Het absolute hoogte punt is het 23 minuten durende Raider II. Een nummer wat al sinds de release in de top staat van beste nummers ooit. Met een fluisterzacht begin bouwt het nummer zich prachtig uit tot een ware epic. Waar Steven Wilson met Porcupine Tree al enkele meesterwerken heeft opgeleverd en met No-Man en Blackfield heeft bewezen zich in verschillende stijlen goed staande te houden. Levert hij met Grace for Drowning zijn Magnum Opus.

2002. Sigur Ros – ( )

2001. Tool – Lateralus

1997. Godspeed you Black Emperor! – F#A#∞

1975. Pink Floyd – Wish You Where Here

Pink Floyd is en blijft voor mij altijd heer en meester van de progressieve rock. En dat hebben ze vooral laten zien met de platen in de jaren 70. En uit die platen is Wish You Were Here degene die het meest blijft hangen en al jaren bovenin mijn favorieten lijstje staat. Of het nou het magistrale Shine on Your Crazy Diamond is wat ruim de helft van de speelduur vult. Of een van de drie andere nummers. Ze grijpen je vast, sleuren je mee in emoties, verhalen, gevoelens en prachtige muzikale landschappen.

Aan creativiteit is ook hier geen gebrek. Of het nou de blues achtige gitaarloopjes zijn, de jazzy saxofoon of de futuristische synthesizer. Ze mixen het prachtig in combinatie met wat kritiek op de muziekindustrie en wat zelfreflectie over hun eigen geschiedenis. Het geheel is afgerond met wat lichte country invloeden, een overkoepelend thema en prachtige overloop van de nummers. De verschillende stijlen van de 5 nummers zijn prachtig verweven met elkaar.

Wish You Were Here is daarmee en prachtige beleving en een meesterwerk pur sang.

1971. Led Zeppelin – Led Zeppelin IV

Naast Pink Floyd heeft ook Led Zeppelin veel betekend voor de progressieve rock. Evenals voor de vroegere metal stijlen. Erg gek is het niet luisterend naar de eerste vier platen. Een mengelmoes van stijlen en invloeden gebundeld met een berg aan creativiteit. Het leverde meesterwerk na meesterwerk op. Als dan de keus komt om een favoriet te kiezen is het verrekte lastig. Want eerlijk gezegd kan ik Led Zeppelin I, II en IV met gemak hier naast elkaar zetten. Stuk voor stuk heerlijke albums gevuld met prachtige nummers. Nummers die meeslepend zijn, nummers die elke luisterbeurt weer een ware ontdekkingsreis bieden. Nummers die duidelijk laten horen dat muziek een echte kunstvorm is.

Uiteindelijk valt de keus dan toch voor Led Zeppelin IV. Niet in de laatste plaats vanwege Stairway to Heaven. Een prachtig kunstwerk. Maar ook Black Dog, Rock and Roll, The Battle of Evermore, Misty Mountain Hop, Four Stick, Going to California en When the Levee Breaks mogen er natuurlijk zijn.

Album nummer vier heeft een heerlijke afwisseling in stijlen in de nummers. Tegelijkertijd weten ze alles perfect op elkaar aan te laten sluiten en stoort het nergens. En van de drie albums is deze toch het meest compleet.

1959. Miles Davis – Kind of Blue